Een dag als… lotusslachtoffer

Letsels spelen voor een EHBO-training

“Dit is bijenwas”, vertelt lotusslachtoffer Suzanne de Bondt. Ze kneedt het tussen haar vingers. Dan stroopt ze haar mouw op en duwt het op haar onderarm tot het een lengte heeft van zo’n zeven centimeter. Met een spatel kerft ze in het midden een snee en vult dat op met een dikke rode substantie dat eruit ziet als bloed. Het ziet er angstaanjagend echt uit. Dan staat ze op en gelijk zit ze in haar rol. Met een van pijn doortrokken gezicht loopt ze naar het midden van de ruimte. “O, jee,” zegt instructeur Eerste Hulp Twan van den Boogaard en kijkt naar de tien EHBO-cursisten, “er is hier iets niet helemaal goed gegaan!”

Lotus staat voor Landelijke Opleiding Tot Uitbeelding van Slachtoffers en Suzanne acteert als lotusslachtoffer sinds 2017. “Om bij een vriendin te kunnen werken met kinderen moest ik een EHBO-diploma halen. Die vriendin stelde toen voor om samen lotus te worden. Dat kan als je een EHBO-diploma hebt. Het is geen aanrader, maar ik heb ze vrijwel gelijktijdig gehaald.” Het blijkt Suzanne op het lijf geschreven, al had ze nooit bedacht dit te gaan doen. “Ik ben erin gerold”, lacht ze. “Het is mooi om mensen te leren hoe ze anderen in nood kunnen helpen.”

Toegevoegde waarde

Het lijkt misschien eenvoudig, maar er komt nog heel wat bij kijken. Je moet kunnen acteren, grimeren en je moet van alles weten over ziektebeelden en letsels. En net zoals bij EHBO moet je dit jaarlijks herhalen om je certificering te behouden. “Een lotusslachtoffer is echt van toegevoegde waarde voor een training”,  vertelt Twan. Ook Suzanne ervaart dat zo. “Je kunt wel oefenen met poppen, maar het is heel anders als er een levend iemand voor je staat die reageert op wat je doet.” Ze veegt de snijwond van haar arm. Voor haar volgende rol smeert ze vaseline boven haar lippen en op haar voorhoofd. Met druppels glycerine lijkt het net zweet. Terwijl ze brabbelend en vreemde zinnen makend op een stoel wordt gezet, proberen twee cursisten te achterhalen wat er met haar aan de hand is. Pas als Twan zegt: ‘mondspraakarm, beroertealarm’, hebben ze door dat Suzanne met haar verwarde spraak de symptomen van een beroerte liet zien.

“Ze zijn nog wat onwennig”, vertelt ze terwijl ze de gegrimeerde zweetdruppels van haar gezicht veegt. “Eigenlijk is hoe de cursisten hier reageren, hetzelfde als op straat. Mensen stappen niet zomaar op iemand af. Vaak gaan ze eerst staan kijken en afwachten of er iemand naartoe gaat. Maar juist het begin is cruciaal. Je moet binnen zes seconden iemand helpen anders kan dat al gevolgen hebben, bijvoorbeeld dat de ademhaling moeilijker op gang komt of dat je langer bezig bent met reanimeren.” Twan weet als ervaren EHBO’er en met zijn jarenlange instructeurservaring er alles vanaf. “Het is groepsdynamiek. Niemand wil afgaan en daarom wachten ze, terwijl ze zich juist allemaal op het slachtoffer zouden moeten richten.”

No play

Gelijk bij de eerstvolgende oefening, is de afwachtende houding van de groep pijnlijk zichtbaar als Suzanne op de grond ligt en niemand opstaat. Uiteindelijk staat een van de cursisten op en knielt bij haar neer. “Kramp!” roep hij onverwacht en komt weer overeind. “No play”, zegt Twan. “‘No play’ zeggen we als er écht iets aan de hand is”, legt Suzanne uit. “Ik speel een letsel, maar als het écht niet goed gaat is het geen spelletje meer, maar dan moet degene die oefent dat natuurlijk wel weten.” Ook cursisten kunnen dus een ‘no play’ aangeven, zoals de cursist met kramp in zijn been. Maar Suzanne heeft ook vaak meegemaakt dat er een emotionele reden voor ‘no play’ is. “Als iemand net in de familie hartfalen of een beroerte heeft meegemaakt, is dit heel confronterend want ik speel heel levensecht. Dan stoppen we, want het is natuurlijk niet de bedoeling om mensen in tranen te brengen, maar om de drempel te verlagen om in het echt mensen te helpen als dat nodig is.”

Want waar Suzanne en Twan het allebei over eens zijn, is dat veel meer mensen een EHBO-diploma zouden moeten hebben. Volgens Twan kan dat ook makkelijk. “Laat iedereen in de brugklas standaard een EHBO-diploma halen. Dat helpt ook bij maatschappelijke betrokkenheid en je kunt gelijk ook meer begrip en waardering voor hulpverleners meegeven.” “Het is hartstikke mooi als iedereen zou kunnen reanimeren”, vult Suzanne aan. “Reanimatie lijkt moeilijk, maar is het helemaal niet.”

Kippenbotjes

Een instructeur bepaalt de letsels die Suzanne speelt. Haar maakt het niet zoveel uit. “Een splinter, bloeding of hartfalen, alles moet geoefend worden. Als lotus mag ik het cursisten alleen niet extra moeilijk maken door tegen te werken, maar het is ook niet de bedoeling dat ik als een speenvarken ga gillen bij een snee. Het moet zo waarheidsgetrouw mogelijk zijn.” Dat geldt ook voor grimeren. “Het moet er niet uitzien als een plakplaatje. Al is levensbedreigend vaak een zooi”, lacht ze en haalt een doosje met wit poeder uit haar enorme koffer dat uitpuilt met flesjes, doosjes, potjes, spatels, mesjes en doekjes. “Ik verzamel ook spullen uit mijn keuken. Bijvoorbeeld kippenbotjes. Dan maak ik een wond en laat er een stukje bot uitsteken.”

Of het nu acteren is of grimeren, ze heeft er duidelijk plezier in. “Ik vind het leuk om het gruwelijk te maken. Je moet ook wel een beetje gek zijn als lotus”, lacht ze. “Iemand die te serieus is, kan geen lotus zijn want je moet bizarre dingen doen. Ik kan liggen rollebollen op de grond.” Al mogen ze niet alles spelen. “Een epileptische aanval en shock zijn te zwaar. Al kunnen we dat wel”, voegt Suzanne toe. Tegelijk leeft ze zich zo in, dat ze na afloop soms even tijd nodig heeft om weer te landen. “Ik leg er echt een stuk van mezelf in. Pas dan voelt het voor de tegenspeler ook als echt.”

Grote oefeningen

Het leukst vindt ze de grote oefeningen waarbij ook andere hulpverleners meedoen. “Bijvoorbeeld een ontruiming van een vliegveld. Dat is dan met de brandweer, politie, EHBO en special forces. Dan is het echt chaos en dat is leuk”, vertelt ze enthousiast. “Er zijn dan ook meerdere lotussen die allemaal verschillende rollen hebben. Bijvoorbeeld dat je beschoten bent, een been eraf hebt, je kind kwijt bent of gewoon in totale paniek daar rondloopt.”

De training is bijna afgelopen en voor de laatste oefening wil Twan dat Suzanne iemand met een steekwond speelt. Het is de meest bloederige rol van de dag. Maar waar is dat ‘bloed’ eigenlijk van gemaakt? “Mais”, zegt ze met een glimlach. “Als het op je gezicht zit en in je mond komt, moet je het kunnen eten. En het smaakt zoet”, raadt ze mijn volgende vraag. Dan komt ze overeind, houdt met een trillende hand een besmeurde schaar vast en strompelt de ruimte in.

Dit verhaal is gepubliceerd in Houtens Nieuws als onderdeel van de serie: Een dag als…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *