Jaap ten Boer haalt de nestkast eraf, terwijl Ewoud de Plomp de ladder vasthoudt en Henk Koeman de bevindingen noteert.
Lekker buiten spelen
Jaap ten Boer schuift een lange ladder uit en plaatst die tegen een stevige eikenboom. Terwijl een collega de ladder vasthoudt, klimt Jaap naar boven. Hij wrikt de nestkast van de boom en neemt die mee naar beneden. “Soms zit een nestkast heel strak. Ik zeg wel eens dat de spijker te kort is, maar het is natuurlijk de boom die dikker wordt”, grinnikt hij en loopt weer naar boven om er een nieuwe spijker in te slaan. “De gemeente Houten is vier jaar geleden begonnen met het ophangen van nestkasten. Het idee is om daarmee de eikenprocessierups terug te dringen. Maar als je wilt weten of het werkt, zul je de kasten wel ieder jaar even moeten nakijken. En dat is wat wij doen. Vanuit de Milieuwerkgroep Houten ben ik vandaag met drie andere vrijwilligers aan de gang om de nestkasten schoon te maken en om te zien of ze bewoond waren.”
De deurhaakjes worden opzij gedraaid, zodat de voorkant eraf kan. “Het is elke keer weer een verrassing wat erin zit, helaas is deze kast leeg. Maar zie je dit?” Jaap wijst op een kluwen rupsen die onder de kast hangt. “Dat is de eikenprocessierups. Henk, kastje nummer acht. Leeg, maar wel eikenprocessierupsen. Schrijf jij het op?” “Elk jaar noteren we wat er in een kast zit”, legt Henk Koeman uit. Door dat ieder jaar te doen, kunnen we zien wat werkt en wat niet. “Daar in het park hingen drie nestkasten bij elkaar in de buurt en we zagen dat er steeds een leeg was. Dus die hebben we nu een stukje verderop gehangen om te kijken of die volgend jaar wel bewoners krijgt”, vertelt Henk terwijl Jaap de eikenprocessierups van de kast haalt en met een borstel wat troep eruit veegt.
Driehonderd nestkasten
“Hoeveel nestkasten?” Jaap schuift de ladder weer in. “In de hele gemeente Houten hangen er zo’n driehonderd. Maar er worden er ook nog elk jaar ontdekt.” Hij lacht als hij mijn gezicht ziet. “De gemeente heeft destijds gezegd kasten op te hangen, maar er is geen overzicht met waar ze dat exact hebben gedaan.” Ook dat brengen de vrijwilligers van de Milieuwerkgroep Houten in kaart en om het nog overzichtelijker te maken, nummeren ze alle kasten. “En als mensen een ongenummerde kast zien, mailen ze me erover. Op die manier ontdekken we dus ‘nieuwe’ nestkasten.”
“Meestal zitten er koolmeesjes in deze kasten. Ook daarom moeten we de kast schoonmaken, want meesjes willen elk jaar weer hun eigen nest bouwen.” Henk trekt een zak met opgeruimde vogelnestjes open. “Vogels pakken alles wat ze pakken kunnen. Zie je dat witte? Dat is hondenhaar. En dat rode is waarschijnlijk van een kledingstuk.” “We zagen laatst zelfs een stukje kerstversiering in een nestje.” Jaap schudt zijn hoofd. Aan de ene kant grappig, maar aan de andere kant is dat niet goed natuurlijk.” Het leuke is wel dat je aan het nestje kunt zien waar het vandaan komt, vertelt Jaap. “Zijn er schapen in de buurt, dan zien we schapenhaar in de nestjes of we vinden bijvoorbeeld maisstukjes.”
Jaartje ouder
Opnieuw gaat er een ladder tegen een boom en klimt Jaap omhoog. Hoogtevrees heeft hij niet. “Hier is het goed te doen. De kasten hangen ongeveer op een meter of vier. Oorspronkelijk zijn ze opgehangen door mensen die in een hoogwerker staan. Dat is makkelijk, maar op twee plekken hadden ze de kasten zo hoog gehangen, dan vind ik het niet leuk meer. Die hebben we dus ook een stuk naar beneden gehaald.” “Je moet het ook durven, we worden toch een jaartje ouder”, zegt Henk. “En je moet nooit onder een ladder staan. Een stuk van een kast of een tak, er kan altijd wat vallen.”
Henk kijkt naar de lijst. “Dit jaar lijken er meer kasten onbewoond dan vorig jaar. Toen zaten we op zo’n tachtig procent. Het kan zijn dat het te druk is hier. Of er zijn veel katten.” Volgens Jaap is de overlast van eikenprocessierupsen de afgelopen jaren wel afgenomen, maar hij weet niet of dat komt door de nestkasten. “Uiteindelijk is het aan de gemeente om daarnaar te kijken. Zeker ook in relatie met de omgeving. Wij leveren alle informatie aan en experts bekijken wat zinvol is om te doen.”
Tot op de onderbroek
Jaap trekt zijn handschoenen weer aan. “Die zijn echt nodig, want in die nestjes zitten vogelvlooien en luizen. En ja, die bijten.” De een heeft er meer last van dan de ander. Jaap haalt zijn schouders erover op, maar Henk krijgt er bulten van. “Daarom heb ik een regenjas aan, daar glijdt het vanaf. Maar bij mijn mouwen moet ik echt elastieken doen.” Ook bij zijn broekspijpen heeft Henk elastieken gebonden. De vlooien moeten er nu ook zitten, maar ze zijn met 1 mm zo klein dat je ze eigenlijk niet kunt zien. Jaap lacht. “Als ik thuiskom, doe ik alles tot op mijn onderbroek uit en pas dan ga ik naar binnen.” Het maakt hem niet uit, hij geniet met volle teugen van dit werk. “Ik ben met de natuur bezig, heb mensen om me heen en ik ben graag buiten. Voor mij is dit lekker buiten spelen.” Dan zet Jaap een voet op de ladder en klautert weer omhoog. Ze hebben nog aardig wat nestkasten te controleren.
Dit verhaal is gepubliceerd in Houtens Nieuws als onderdeel van de serie: Een dag als…