Een dag als… machinist

Mooiste kantoor van Nederland

Als we perron 21 van station Utrecht Centraal oplopen, komt de trein naar Tiel aanrijden. “Tien bakken en verder alles in orde”, zegt de machinist die uitstapt tegen collega Marc Bakker. “Bakken zijn rijtuigen”, vertelt Marc als hij achter Bram de Heus, machinist in opleiding, de cabine instapt. Bram gaat zitten, meldt bij de verkeersleider dat ze klaar zijn om te vertrekken en voor ik het in de gaten heb, is de trein al vertrokken.

“Bram is zo goed als klaar met zijn opleiding. Ik hoef zijn handje niet meer vast te houden”, zegt Marc. “Maar ik let wel op en kijk mee, want ik ben wel verantwoordelijk.” Van de tien jaar dat hij machinist is, begeleidt hij al zes jaar nieuwe machinisten. “Iedereen is anders en dat maakt het zo leuk. Ik mag van alles uitleggen en ik zie mensen groeien. En het is gezellig”, voegt hij eraan toe. De eerste stop is Vaartsche Rijn. Bram remt en als de trein stilstaat, opent hij de deuren. “Pas als wij de deuren ontgrendelen, kunnen ze open”, legt Marc uit. Bram wacht tot voor hem een groen lampje brandt en het sein op groen staat, en rijdt dan weer verder.

Weten wat je moet doen

De opleiding tot machinist vanuit het ROC duurt twee jaar en dat is niet voor niets. “Mensen vragen wel eens wat ik nou doe. Ik hoef toch alleen maar op een knopje te duwen? Ik kan niet eens sturen en ergens is dat waar. Als ik jou uitleg wat je moet doen, kun jij de trein zo wegrijden, maar wat doet alles? Hoe werkt een trein? Wat als er een storing is? Hoe los je dat op? En ik moet niet alleen materiaalkennis hebben van de trein, maar ook van het spoor. Als ik een kapotte bovenleiding zie, kan ik niet aankomen met: daar hangt een draad los. Dan moet je natuurlijk alles weten van seinen en wissels, zijn er nog allemaal regels en wetten waar je rekening mee moet houden en je moet beslissingen kunnen nemen bij onverwachte situaties. Denk aan een evacuatie. Tijdens een spits kunnen er zo maar zevenhonderd man in de trein zitten, dan moet je wel weten wat je moet doen.”

En dat is niet alles. Er zijn examens van elk traject in Nederland en je mag daar pas overheen rijden als je dat hebt gehaald. Ook zijn er verschillende treinen en die moet je stuk voor stuk kennen en examen in hebben gedaan, om erin te mogen rijden. Marc draait er zijn hand niet meer voor om. Hij geniet van zijn werk als machinist. “Ik kom uit een spoorfamilie en ben de derde generatie”, zegt hij met duidelijke trots. “ De trein heeft iets magisch en ik ging vroeger in de zomervakantie ook graag met mijn vader mee”, vertelt Marc terwijl we de stations van Houten passeren en het landschap aan ons voorbij zoeft.

Sprookjeslandschap

“Kijk dan”, zegt Marc enthousiast als we bijna bij Culemborg zijn. “Ik heb het mooiste kantoor van Nederland. Elke vijf minuten heb ik een ander uitzicht. Zelfs als je op hetzelfde traject rijdt is het niet eentonig. Dan is het weer zonnig, dan regent het. Of als er sneeuw ligt. Dat is echt geweldig. Als alles wit is, rijd je door een sprookjeslandschap. Zeg nou zelf: in welk beroep ben je eerst in Tiel, dan in Maastricht en daarna nog even in Den Haag?” Glunderend staart Marc naar buiten. “Nederland is echt prachtig.”

Maar het is niet alleen het uitzicht waar Marc blij van wordt, het zijn ook de mensen. “Je komt in de ochtend weer hele andere reizigers tegen dan ’s avonds.” Met dagjesmensen maakt hij ook graag een praatje. “Zij hebben de tijd en dat merk je.” Al vindt vrijwel niemand het leuk als een trein vertraging heeft. “In Nederland rijdt zo’n 90 procent van alle treinen op tijd, maar als je te laat komt bij een belangrijke afspraak is dat niet leuk. Er kunnen heel veel redenen zijn waarom we te laat zijn, maar ja… dan heb ik toch een uniform aan.” Al valt het volgens Marc best mee met boze mensen. “Veel mensen hebben er wel begrip voor als er iets is.”

Automatische Trein Beinvloeding

En Marc houdt van de techniek. “Ik ben geen monteur, maar kijk wel graag hoe ik dingen kan oplossen. En dan vooral als ik kan zeggen: jongens de trein doet het weer.” Er rinkelt een belletje en vragend kijk ik op. “Dat is ons ATB, Automatische Trein Beinvloeding. Bram mag hier maar 40 kilometer per uur rijden, dus moet hij remmen. Rijdt hij nog te hard, dan krijgt hij eerst een waarschuwing met dat belletje. Zou hij daar niet op reageren dan remt het ATB-systeem automatisch en zet het de trein stil. Ook als je door rood rijdt.” Het systeem is ingevoerd na de treinbotsing bij Harmelen in 1962. “Dat is de grootste treinramp van Nederland”, vertelt Marc. “In dichte mist botsten twee treinen frontaal op elkaar en vielen er ruim negentig doden.”

Het ATB is geen overbodige luxe. Een trein is loodzwaar. Daarnaast heeft metaal op metaal nauwelijks wrijving en is de remweg dus lang. Toch is niet alles met dit verkeersbeheerysteem te voorkomen. “Als er iets op het spoor staat en je hebt een snelheid van 130 kilometer per uur, dan sta je niet zomaar stil.” In de opleiding wordt er wel aandacht besteed aan de mogelijkheid dat je te maken kunt krijgen met bijvoorbeeld zelfdoding, maar toch kun je je er niet op voorbereiden, meent Marc. In de tien jaar is het hem twee keer overkomen, al kreeg hij er niets van mee omdat het uit zijn zicht gebeurde. “Eigenlijk ben ik er niet zo mee bezig. Als ik dat zou zijn, zou ik mijn werk niet goed kunnen doen.”

Een grote familie

‘’Ik zie Tiel alweer liggen”, zegt Marc na een tijdje. Vanaf Tiel gaat de trein weer terug naar Utrecht. Daarvoor moet Bram de boel ‘afbreken’. De voorkant wordt nu de achterkant en zo maakt hij onder meer van de gele lampen die eerst dienstdeden als koplampen nu rode achterlichten. We verlaten de cabine en lopen over het perron naar de andere kant. Deze keer gaat Marc zelf rijden. Hij test de remmen en zorgt dat de trein klaar is voor vertrek. “Hoeveel machinisten er in Nederland zijn?” Marc haalt zijn schouders op. “In Utrecht al zo’n vierhonderd en er zijn nog meer standplaatsen in Nederland.” Hij kent dan ook lang niet al zijn collega’s. Niet eens in Utrecht. “Soms zie ik in de kantine een nieuw gezicht, blijkt die machinist er al tien jaar te werken”, lacht hij. “Je kunt elkaar gewoon net mislopen. Maar toch zijn we een grote familie en staan we allemaal voor elkaar klaar.”

In de verte komen twee jongeren met een rood hoofd aangerend. Ze lijken het wel te gaan halen, maar dat is lang niet altijd zo. “Ik zie ook vaak mensen verdiept in hun telefoon op een bankje zitten. Ze hebben dan niet in de gaten dat de trein er staat. Pas als ik wegrijd zie ik ze verschrikt kijken.” Hij schiet in de lach. “Of ’s nachts als ik de laatste rit heb en net vertrokken ben, terwijl er mensen rennen met eten en drinken dat ze nog eerst hadden gehaald. Die hebben dan net de verkeerde prioriteit gesteld.”

Zwaaien

De zon schijnt en het uitzicht is inderdaad prachtig. Bij een passerende trein gaan de handen van Marc en Bram steevast omhoog, al is niet te zien wie de collega is. “We zwaaien altijd naar elkaar.” Dan doemt in de verte Utrecht op. “Altijd weer fijn om in Utrecht te zijn”, zegt Marc als de trein weer stil staat. Dan stappen Marc en Bram uit. Over een half uur staat er een heen- en terugreis naar Rotterdam gepland.

Dit verhaal is gepubliceerd in Houtens Nieuws als onderdeel van de serie: Een dag als…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *