Regelwerk met dankbaar resultaat
“Tien jaar lang heb ik bij een buurthuis in Utrecht gewerkt met ongedocumenteerde vluchtelingen”, vertelt Laura van der Hoeven. “En er ging een wereld voor mij open. Het zijn zulke leuke mensen. Als je ze eenmaal kent dan zie je dat ze ook maar gewoon hun best doen en liever een bijdrage leveren dan alleen maar om hulp te moeten vragen.” Dit ervaart ze ook nu ze teamleider bij Vluchtelingenwerk Houten is. “Mensen zijn zo dankbaar, ik leer veel van de verschillende culturen en hier kan ik mensen helpen die wel een verblijfsvergunning hebben.”
Dat is echt geen overbodige luxe, blijkt als Laura twee A4’tjes omhoog houdt waarop met kleine lettertjes tal van punten staan waar nieuwkomers aan moeten voldoen of rekening mee moeten houden. “Mensen denken vaak dat als ze eenmaal een verblijfsvergunning hebben, dat het dan klaar is. Maar eigenlijk begint het dan pas. Vaak moeten ze dan nog heel lang wachten op een woning en als ze een woning krijgen aangeboden, mogen ze niet weigeren tenzij er zwaarwegende medische redenen zijn. Het is een eenmalig aanbod, dus als mensen weigeren zullen ze daarna zelf op zoek moeten naar een woonplek. En als gezin woon je krap. Voor alleenstaanden is het nog wel prima, maar een gezin van vier moet het vaak doen met twee slaapkamers.”
Een maand korter
Op de vraag hoe ze aankijkt tegen de woningcrisis, schudt ze haar hoofd. “Het is voor de sociale woningbouw heel moeilijk. De gemeente moet voldoen aan de wettelijke taakstelling om statushouders te huisvesten. Daarnaast krijgt de sociale woningbouw te maken met urgente gevallen en zijn er nog de ‘gewone’ wachtlijsten.” Dat vluchtelingen vaak de schuld krijgen is volgens Laura onterecht. “Vluchtelingenwerk Nederland heeft berekend dat als de wettelijke taakstelling om statushouders aan een woning te helpen zou vervallen, iedereen grofweg één maand korter op de wachtlijst zou staan bij een wachttijd van vijftien jaar.”
Toch heeft Laura begrip voor Nederlanders die ook in een moeilijke situatie zitten. “Het is zwaar als je in de bijstand zit en ik snap dat ook zij gefrustreerd zijn. Toch zitten die mensen vaak in hetzelfde schuitje als vluchtelingen en juist daarom is het zo jammer dat de mensen die een woning het meeste nodig hebben, tegen elkaar worden uitgespeeld. Het ligt niet aan vluchtelingen, het ligt aan hoe het woonbeleid is georganiseerd.”
Ingewikkeld
Een jongen met een rood baseballpetje wandelt het kantoor binnen. “Ik heb DigiD”, zegt hij in matig Engels.” Hij komt om huurtoeslag aan te vragen. Meestal doet de begeleider dit, maar vandaag pakt Laura het op. Omdat zijn inkomen van belang is voor de huurtoeslag van zijn moeder, vraagt ze hoeveel hij werkt. De jongen haalt zijn schouders op. “Ik heb een nulurencontract. Afgelopen maand niet zoveel”, zegt hij. “Maar ik betaal toch al belasting?” Geduldig legt Laura uit dat het uitmaakt wat hij verdient, omdat als dat veel is, de huurtoeslag lager uitvalt. In dat geval verwacht de overheid dat hij bijdraagt aan de huur van zijn moeder. “Maar dat doe ik al!” brengt hij uit.
Het blijkt nog een hele toer om zijn brutoloon te achterhalen. “Hier lopen we ook zo vaak tegenaan. Je moet apps downloaden, overal inloggen, het is best ingewikkeld allemaal.” Uiteindelijk maakt ze een schatting van het jaarinkomen, gebaseerd op de afgelopen maanden. Maar dan blijkt het rekeningnummer niet gekoppeld aan het BSN-nummer. “Neem contact op met je bank”, leest Laura voor. Ze gaat bellen en hoort gelijk: ‘het is drukker dan u van ons gewend bent’. “Wanneer niet?” zegt ze licht gefrustreerd. Uiteindelijk vertelt een medewerker wat ze moeten doen om dit op te lossen. Omdat zijn moeder daarbij moet zijn, vertrekt de jongen weer met de mededeling dat hij dit vandaag wil fiksen. Er is een uur verstreken.
Veertig vrijwilligers
“Soms kun je uren bezig zijn met iets wat inhoudelijk niet moeilijk is.” Voor Laura is het misschien goed te doen, maar alle regelingen, toeslagen, en ga zo maar door, zijn behoorlijk onoverzichtelijk. “Het zou allemaal zoveel makkelijker kunnen”, verzucht een collega die bij de sociale dienst heeft gewerkt. Laura knikt. “Mensen lopen tegen bureaucratie aan. Dan kan er weer iets niet om een of andere reden. Het geeft ook ons een gevoel van onmacht.” Met een diepe zucht schudt ze haar hoofd. We blijven zoveel mogelijk positief en ondersteunen mensen, maar worden wel moedeloos van de complexe systemen en bureaucratie.”
Dan veert ze op. “Maar Houten doet veel. De voedselbank, Houten & Co, Taalhuis, er zijn veel initiatieven. En er zijn veel vrijwilligers. In Utrecht was het soms lastig om mensen te vinden, hier zijn we met veertig vrijwilligers. En wat ik ook heb gemerkt is dat bijvoorbeeld na de heftige demonstratie tegen de komst van een azc in Houten, we juist meer aanmeldingen kregen. Mensen geven dan aan dat ze iets willen doen, dat ze het er niet mee eens zijn. Dat is positief.”
Veel voldoening
Het is mensenwerk en dat geeft veel voldoening, vertelt Laura. “Vooral als iets lukt. Als er iets moeilijks speelde, maar dat we eruit zijn gekomen. Maar ook als een gezin na jaren wachten superblij is met een huis. Of dat ze een baan vinden en het goed met ze gaat. Daar worden de vrijwilligers en ik blij van.” Ook krijgt ze energie van het begeleiden van de enthousiaste vrijwilligers en het mee-organiseren van leuke initiatieven zoals de wekelijkse voetbalavonden met jongeren en statushouders. Dan komt de jongen met de rode pet terug. De rekening is nu gekoppeld aan het BSN-nummer van zijn moeder. Hij wil al weglopen, als Laura hem verteld dat ze nu alles opnieuw moeten invoeren. Met een zucht gaat de jongen zitten. Zo’n tien minuten later is de huurtoeslag aangevraagd. “Kan ik nu gaan?” vraagt hij. Laura knikt. “Maar volgende week moeten we samen met je familie alles rondom de zorg regelen.”
Dit verhaal is gepubliceerd in Houtens Nieuws als onderdeel van de serie: Een dag als…